agada

afbreking: aga·da [ ? ]
  [uitspraak: ağada] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: aga·dot
[uitspraak: ağadot]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'vertelling';  

 
  1. het verhalende, niet-halachische gedeelte van de mondelinge Tora;
  2. een onderdeel daaruit, verhaal
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-