alia

afbreking: alia [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ali·ot, alia's  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'opgang';  

 
  1. emigratie naar Israël;
  2. het opgeroepen worden voor het lezen van de Tora
[ ? ]

verwant: Jiddisj: alieë [ ? ]
spelling: spelling elders: Alijah  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-