Amcha

afbreking: Am·cha, Am·cha [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'uw volk';  

  Israëlisch centrum voor psychosociale hulp aan overlevenden van de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-