Asaf

Asaf (1)

afbreking: Asaf [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

 
  1. vader van Joach, die kanselier is van koning Hizkia van Juda-4 (4x: 2 Kon. 18:18 +, Jes. 36:3 +);
  2. afstammeling van Levi-1, zoon van Berechja, zanger, muzikant en dichter, met name van psalmen, hoofd van een gilde van tempelzangers; op een enkele van de volgende plaatsen gaat het mogelijk om een ander (41x: Ps. 50:1 +, Ezra 2:41 +, Neh. 7:44 +, 1 Kron. 6:24 +, 2 Kron. 5:12 +);
  3. houtvester van koning Artaxerxes (Neh. 2:8);
  4. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Asaf(2) [ ? ]

Asaf (2)

afbreking: Asaf [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. vader van Joach, die kanselier is van koning Hizkia van Juda-4 (4x: 2 Kon. 18:18 +, Jes. 36:3 +);
  2. afstammeling van Levi-1, zoon van Berechja, zanger, muzikant en dichter, met name van psalmen, hoofd van een gilde van tempelzangers; op een enkele van de volgende plaatsen gaat het mogelijk om een ander (41x: Ps. 50:1 +, Ezra 2:41 +, Neh. 7:44 +, 1 Kron. 6:24 +, 2 Kron. 5:12 +);
  3. houtvester van koning Artaxerxes (Neh. 2:8);
  4. mannelijke voornaam
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Asaf [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-