Belsassar

afbreking: Bel·sas·sar [ ? ]
herkomst: Aramees-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: in het Akkadisch '(de god) Bel bescherme de koning';  

  zoon van Nebukadnessar, laatste koning van Babel-2; raadpleegt Daniël-2 over een tekst die op een wand wordt geschreven (8x: Dan. 5:1 +) [ ? ]

verwant: Aramees (transcriptieversie): Belsjatsar [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-