Bemidbar Raba

afbreking: Be·mid·bar Ra·ba [ ? ]
  [uitspraak: Bəmiedbar] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Aramees [ ? ]
letterlijk: 'grote (midrasj op) Bemidbar';  

  agadische midrasjverzameling op Bemidbar (Numeri); deels samengesteld in de geonitische periode, deels tussen 1000 en 1200 [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-