challisj, gallisch

afbreking: chal·lisj, gal·lisch [ ? ]
  [uitspraak: challiesj, gallies] [ ? ]
vorm op -e: chal·li·sje, gal·li·sche
[uitspraak: challiesje, galliese]
 
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  misselijk, naar [ ? ]

verwant: Jiddisj ook: chaloosjes [ ? ]
spelling: 'challisj, gallisch' is een weergavevariant (zie help 7.1.5)  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-