Chizkiahu, Hizkia

afbreking: Chiz·ki·a·hu, Hiz·kia [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'mijn kracht is de Heer';  

  zoon en opvolger van koning Achaz(2)-1 van Juda-4; andere namen: Hizkia, Jechizkia-1, Jechizkiahu-1 (73x: 2 Kon. 16:20 +, Jes. 36:1 +, Jer. 26:18 +, 1 Kron. 3:13, 2 Kron. 29:18 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Chizkiahoe [ ? ]
spelling: 'Chizkiahu' wordt in de meeste vertalingen 'Hizkia'; spelling elders: Ezekias  
zie ook: Chizkia, Hizkia, Jechizkia, Hizkia, Jechizkiahu, Jechizkia  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-