degel

afbreking: de·gel [ ? ]
  [uitspraak: dèğel] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: de·ga·liem
[uitspraak: dəğaliem]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  vlag [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-