Delila

Delila (1)

afbreking: De·li·la [ ? ]
  [uitspraak: Dəlila] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'behaagzieke vrouw';  

  geliefde van Simson die hem in handen speelt van de Filistijnen (6x: Recht. 16:4 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Delila(2) [ ? ]

Delila (2)

afbreking: De·li·la [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'behaagzieke vrouw';  

  geliefde van Simson die hem in handen speelt van de Filistijnen (6x: Recht. 16:4 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Delila [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-