Demai

afbreking: De·mai [ ? ]
  [uitspraak: Dəmai] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'onzeker';  

 
  1. traktaat in het Misjnadeel Zeraïem, over landbouwproducten waarvan onzeker is of de tienden ervan afgenomen zijn;
  2. traktaat in de Talmoed Jeroesjalmi, over hetzelfde onderwerp
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-