Deüel

afbreking: De·ü·el [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  afstammeling van Gad-1, vader van Eljasaf; andere naam: Reüel-3 (4x: Num. 1:14 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Deoeëel [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-