Devariem

afbreking: De·va·riem [ ? ]
  [uitspraak: Dəvariem] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'woorden';  

 
  1. tweede woord, tevens naam van het Bijbelboek Deuteronomium;
  2. tweede woord, tevens naam van de perikoop Devariem 1:1-3:22
[ ? ]

zie ook: Misjnee Tora  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-