doechan

afbreking: doe·chan [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

 
  1. verhoogde ruimte voor de ark in de synagoge;
  2. priesterzegen door de kohaniem (koheen) vanaf die verhoging (Num. 6:22-26)
[ ? ]

verwant: Jiddisj: doechen [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-