Ester Raba

afbreking: Es·ter Ra·ba, Es·ter Ra·ba [ ? ]
  [uitspraak: Esteer] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Aramees [ ? ]
letterlijk: 'grote (midrasj op) Ester';  

  agadische midrasjverzameling op Ester, deels samengesteld in de amoraïtische periode, deels tussen 1000 en 1200; andere naam: Midrasj Ester [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-