filistijnen

afbreking: fi·lis·tij·nen [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

  in 'naar de filistijnen gaan': onbruikbaar of stuk gaan, in 'naar de filistijnen helpen': onbruikbaar of kapot maken [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Filistijn [ ? ]
zie ook: Filistea, Palestina  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-