gaon

afbreking: ga·on [ ? ]
  [uitspraak: ğaon] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ge·o·niem
[uitspraak: ğəoniem]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'uitmuntend';  

 
  1. hoofd van een Talmoedschool;
  2. titel voor een rabbijns geleerde
[ ? ]

zie ook: Geoniem, Saädja ben Joseef Gaon  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-