Gaza

afbreking: Ga·za [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. voornaamste van de vijf steden van de Filistijnen, in het zuidwesten van het Bijbelse land Israël-3 bij de Middellandse Zee (20x: Gen. 10:19, Deut. 2:23, Joz. 10:41 +, Recht. 1:18 +, 1 Sam. 6:17, 1 Kon. 5:4, 2 Kon. 18:8, Jer. 25:20 +, Am. 1:6 +, Sef. 2:4, Zach. 9:5 +);
  2. voortzetting van deze stad met landstrook ten zuidwesten van Asjkelon
[ ? ]

  Gaza  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Aza [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-