Geba

afbreking: Ge·ba [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'heuvel';  

  plaats in het gebied van Benjamin-3; wordt nogal eens verwisseld of geïdentificeerd met Gibea-1 (19x: Joz. 18:24 +, Recht. 20:10 +, 1 Sam. 13:3 +, 2 Sam. 5:25, 1 Kon. 15:22, 2 Kon. 23:8, Jes. 10:29, Zach. 14:10, Ezra 2:26, Neh. 7:30 +, 1 Kron. 6:45 +, 2 Kron. 16:6) [ ? ]

  Geba  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Geva [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-