gefilte fisj

afbreking: ge·fil·te fisj [ ? ]
  [uitspraak: ğəfielte fiesj] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Jiddisj [ ? ]
letterlijk: 'gevulde vis';  

  joods gerecht van snoek of karper, m.n. voorgerecht voor sjabbat- of feestmaal [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-