geiling

afbreking: gei·ling [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Bargoens [ ? ]

 
  1. deel;
  2. berisping, vervloeking
[ ? ]

verwant: Jiddisj: cheilek;
Hebreeuws: Chelek
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-