geintje

afbreking: gein·tje [ ? ]
lidwoord: het  
meervoud: gein·tjes  
herkomst: Jiddisj-Nederlands [ ? ]

 
  1. grapje;
  2. streek;
  3. onaangenaam voorval
[ ? ]

zie ook: gein  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-