Gemara

afbreking: Ge·ma·ra [ ? ]
  [uitspraak: Ğəmara] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Ge·ma·rot
[uitspraak: Ğəmarot]
 
herkomst: Aramees [ ? ]
letterlijk: 'voltooiing, completering, lering';  

 
  1. verzameling van de amoraïtische discussies bij de Misjna, deel uitmakend van de Talmoed;
  2. Talmoed
[ ? ]

verwant: Jiddisj: Gemore [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-