Gemieloes Chasodim

afbreking: Ge·mie·loes Cha·so·dim [ ? ]
  [uitspraak: Ğəmieloes Chasodiem] [ ? ]
herkomst: Asjkenazisch Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'het verrichten van weldaden';  

  naam van verenigingen die zich bezighouden met weldadigheid [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-