gemiloet chesed

afbreking: ge·mi·loet che·sed [ ? ]
  [uitspraak: ğəmiloet chèsed] [ ? ]
lidwoord: de/het  
meervoud: ge·mi·loet cha·sa·diem
[uitspraak: ğəmiloet]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

 
  1. het verrichten van weldadigheid;
  2. (fonds voor het verstrekken van een) renteloze lening;
  3. organisatie voor het financieel ondersteunen van armen;
  4. zorg voor teraardebestelling
[ ? ]

verwant: Asjkenazisch Hebreeuws: gemieloes chesed;
Jiddisj: gemieles chesed
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-