Geoniem

afbreking: Ge·o·niem [ ? ]
  [uitspraak: Ğəoniem] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'uitmuntenden';  

  rabbijnse autoriteiten in Babylonië in de periode na de afsluiting van de Talmoed (ca. 650 - ca. 1050, na de Savoraïem, gevolgd door de Risjoniem) [ ? ]

zie ook: gaon  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-