gera

gera (1)

afbreking: ge·ra [ ? ]
  [uitspraak: ğeera] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  gewichtsmaat, omstreeks zes tiende gram; een gera is het twintigste deel van een sjekel (5x: Ex. 30:13, Lev. 27:25, Num. 3:47 +, Ez. 45:12) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): gera(2) [ ? ]

gera (2)

afbreking: ge·ra [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  gewichtsmaat, omstreeks zes tiende gram; een gera is het twintigste deel van een sjekel (5x: Ex. 30:13, Lev. 27:25, Num. 3:47 +, Ez. 45:12) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): gera [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-