Gerizim

afbreking: Ge·ri·zim [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

  berg bij Sichem-1, het huidige Nabloes, 'berg van de zegen' (Deut. 11:29), tegenover de berg Ebal-1, 'berg van de vloek'; heilige berg van de Samaritanen (Deut. 11:29, 27:12, Joz. 8:33, Recht. 9:7; zie ook Joh. 4:20) [ ? ]

  Gerizim  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Geriziem [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-