Gersjon

afbreking: Ger·sjon [ ? ]
  [uitspraak: Ğersjon] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  oudste van de drie zonen van Levi-1, vader van Libni en Simi-1, stamvader van het Levietengeslacht van de Gersonieten; andere naam: Gersom-3 (17x: Gen. 46:11, Ex. 6:16 +, Num. 3:17 +, Joz. 21:6 +, 1 Kron. 5:27 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Gerson [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-