gevatter

afbreking: ge·vat·ter [ ? ]
  [uitspraak: ğəvattər] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ge·vat·ters
[uitspraak: ğəvattərs]
 
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  man die het kind de plaats van de besnijdenis binnendraagt [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-