gevoera

afbreking: ge·voe·ra [ ? ]
  [uitspraak: ğəvoera] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ge·voe·rot
[uitspraak: ğəvoerot]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

 
  1. moed;
  2. heldendaad
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-