Gibeon

afbreking: Gi·be·on [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'heuvelplaats, hoogte';  

  oorspronkelijk Kanaänitische plaats in het gebied van Benjamin-3, ten noordwesten van Jeruzalem-1 (37x: Joz. 9:3 +, 2 Sam. 2:12 +, 1 Kon. 3:4 +, Jes. 28:21, Jer. 28:1 +, Neh. 3:7 +, 1 Kron. 8:29 +, 2 Kron. 1:3 +) [ ? ]

  Gibeon  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Givon [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-