Gilboa

Gilboa (1)

afbreking: Gil·boa [ ? ]
  [uitspraak: Ğilboa] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'heuvelland';  

  heuvelrug ten zuidoosten van de vlakte van Jizreël; Saul-1 strijdt daar met de Filistijnen (8x: 1 Sam. 28:4 +, 2 Sam. 1:6 +, 1 Kron. 10:1 +) [ ? ]

  Gilboa  
verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Gilboa(2) [ ? ]

Gilboa (2)

afbreking: Gil·boa [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'heuvelland';  

  heuvelrug ten zuidoosten van de vlakte van Jizreël; Saul-1 strijdt daar met de Filistijnen (8x: 1 Sam. 28:4 +, 2 Sam. 1:6 +, 1 Kron. 10:1 +) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Gilboa [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-