Gitien

afbreking: Gi·tien [ ? ]
  [uitspraak: Ğitien] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'scheidingsakten';  

 
  1. traktaat in het Misjnadeel Nasjiem, over echtscheiding (zie: get;
  2. traktaat in de Talmoed Jeroesjalmi en de Talmoed Bavli, over hetzelfde onderwerp
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-