hosanna

afbreking: ho·san·na [ ? ]
lidwoord: het  
meervoud: ho·san·na's  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]
letterlijk: 'red toch' (Ps. 118:25);  

  oorspronkelijk roep om heil (in Ps. 118, de laatste psalm van het halleel), geworden tot juichkreet (5x in NT) [ ? ]

zie ook: hosjanot  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-