ketoeba

afbreking: ke·toe·ba [ ? ]
  [uitspraak: kətoeba] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: ke·toe·bot
[uitspraak: kətoebot]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  huwelijkscontract [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-