likoednik

afbreking: li·koed·nik [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: li·koed·niks, li·koed·ni·kiem  
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  lid van de Israëlische Likoedpartij [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-