Maärach

afbreking: Ma·ä·rach [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'coalitie';  

  in 1969 opgerichte en later uiteengevallen socialistische partij in Israël, samengesteld uit de Arbeiderspartij (tegenwoordig Haävoda) en Mapam (tegenwoordig onderdeel van Merets) [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-