Merodach

afbreking: Me·ro·dach [ ? ]
  [uitspraak: Mərodach] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]

  hoogste god van Babel-2; andere naam: Bel (Jer. 50:2) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Merodach, Marduk [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-