Nezikien

afbreking: Ne·zi·kien [ ? ]
  [uitspraak: Nəzikien] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'schade(gevallen)';  

  het vierde van de zes delen van de Misjna, voornamelijk over civiel recht en strafrecht [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-