pesoekee dezimra

afbreking: pe·soe·kee de·zim·ra [ ? ]
  [uitspraak: pəsoekee dəziemra] [ ? ]
lidwoord: de  
herkomst: Aramees [ ? ]
letterlijk: 'verzen van lofzang';  

  Asjkenazische benaming voor de reeks psalmen en psalmverzen en andere Bijbelverzen in het ochtendgebed, voorafgaand aan het Sjema; Sefardische benaming: zemirot [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-