Potifar

Potifar (1)

afbreking: Po·ti·far [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: bekorting van 'Poti Fera/Potifera';  

  hoofd van de lijfwacht van de farao; koopt Jozef-1 (Gen. 37:36, 39:1) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Potifar(2) [ ? ]

Potifar (2)

afbreking: Po·tif·ar [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: bekorting van 'Poti Fera/Potifera';  

  hoofd van de lijfwacht van de farao; koopt Jozef-1 (Gen. 37:36, 39:1) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Potifar [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-