Safenat-Paneach

afbreking: Sa·fe·nat-Pa·ne·ach [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'God spreekt, hij leeft/moge leven';  

  Egyptische naam die de farao geeft aan Jozef-1 (Gen. 41:45) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Tsafenat Paneach [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-