Simchat Tora

afbreking: Sim·chat To·ra [ ? ]
  [uitspraak: Siemchat] [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'vreugde van de Tora';  

  feestdag op 23 tisjri, aan het eind van Soekot(2), waarin de jaarlijkse cyclus van Toralezingen wordt afgesloten en opnieuw wordt begonnen; Nederlandse benaming: Vreugde der Wet [ ? ]

verwant: Jiddisj: Simches Toire [ ? ]
spelling: Groene Boekje 2005: Simchat Thora  

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-