sjeëla

afbreking: sje·ë·la [ ? ]
  [uitspraak: sjəëela] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: sje·ë·lot
[uitspraak: sjəëelot]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'vraag';  

  halachische vraag [ ? ]

verwant: Jiddisj: sjale [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-