sjlemazzel

afbreking: sjle·maz·zel [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: sjle·maz·zels  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

 
  1. pech;
  2. pechvogel
[ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-