tanaïtisch

afbreking: ta·na·ï·tisch [ ? ]
vorm op -e: ta·na·ï·ti·sche  
herkomst: Hebreeuws-Nederlands [ ? ]

  (uit de periode) van de Tanaïeten [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-