Tanchoema

afbreking: Tan·choe·ma [ ? ]
herkomst: Aramees [ ? ]

  agadische midrasjverzameling op de Tora, genoemd naar Rabbi Tanchoema bar Abba, een van de Amoraïeten; samengesteld in de geonitische periode [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-