Tanja

afbreking: Tan·ja [ ? ]
herkomst: Aramees [ ? ]
letterlijk: 'het is onderwezen';  

  benaming voor Likoetee Amariem (Slavuta 1796), boek waarin de beginselen van het Chabad-chassidisme worden uiteengezet, door Sjneoer Zalman van Ljadi [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-