Waëtchanan

afbreking: Wa·ët·cha·nan [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'en ik smeekte';  

  beginwoord, tevens naam van de perikoop Devariem 3:23-7:11 [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-